U bent hier: Home - Risico's - Arbeidsmiddelen

Printvriendelijke versie

 
 
 

Arbeidsmiddelen




Werken met draaiende arbeidsmiddelen kan gevaarlijk zijn:
  • Door snijden, slijpen of zagen kunnen deeltjes wegvliegen.
  • Door draaiende of bewegende delen kunnen kledingsstukken of lichaamsdelen worden gegrepen.
  • Scherpe messen, beitels of materialen kunnen snijverwondingen veroorzaken.
  • Door beweging en druk kan knelgevaar ontstaan.
  • Werken met draaiende machines leidt vaak tot handletsel.


Welke beroepen hebben te maken met arbeidsmiddelen?
Bijna iedereen in de Bouw en Infra werkt met arbeidsmiddelen. Mensen die vaker en/of langdurig met arbeidsmiddelen werken zijn de:

Asfaltwerker / asfaltwegenbouwer
Baggeraar
Betonboorder / -zager
Blokkensteller - ruwbouw
Bodemsaneerder
Cultuurtechnisch medewerker
Funderingswerker
Funderingswerker kleine funderingsmachine
Kozijnmonteur
Machinist grote funderingsmachine
Metaalbewerker / bankwerker
Monteur onderhoud machines
Ovenbouwer
Sloper
Wegmarkeerder


Wat zegt de wet- en regelgeving?



Wettelijke verplichtingen
Er zijn veel richtlijnen voor de veiligheid van arbeidsmiddelen. Niet alleen in de Arbo-wetgeving, maar ook in regelgeving die speciaal gaat over machineveiligheid (zoals NEN- of CE-keuring). Arbeidsmiddelen zijn ingedeeld in risicocategorieën en op basis daarvan wordt bepaald wie de keuring mag uitvoeren (eigen personeelslid of gecertificeerde keuringbureaus). De arbeidsmiddelen moeten gekeurd worden aan de hand van richtlijnen (zie Handboek Arbeidsmiddelen). Daarnaast moet aandacht besteedt worden (onder andere bij de R&IE) aan de manier waarop werknemers omgaan met de arbeidsmiddelen.

Het Arbobesluit regelt het veilige gebruik en onderhoud, waaronder keuringen en inspecties van arbeidsmiddelen.

Arbobesluit: Artikel 7.2 Arbeidsmiddelen met een CE-markering
  • Een door de werkgever ter beschikking gesteld arbeidsmiddel voldoet aan de op dat arbeidsmiddel van toepassing zijnde Warenwetbesluiten. Van arbeidsmiddelen die zijn voorzien van een CE-markering, vergezeld van een EG-verklaring van overeenstemming, wordt vermoedt deze ze voldoen aan de voorschriften van het Arbobesluit. Als een arbeidsmiddel slechts voor enkele onderdelen is voorzien van een CE-markering, dan wordt slechts ten aanzien van die onderdelen vermoed dat ze voldoen aan het Arbobesluit.

Arbobesluit: Artikel 7.3 Geschiktheid arbeidsmiddelen
  • Bij de keuze van een arbeidsmiddel houdt de werkgever niet alleen rekening met de geschiktheid van het arbeidsmiddel voor de werkzaamheden, maar ook met de gevaren die het arbeidsmiddel met zich mee kan brengen. Hierbij houdt de werkgever rekening met de risico-inventarisatie en -evaluatie. Arbeidsmiddelen worden uitsluitend gebruikt voor het doel en op de wijze waarvoor ze zijn bestemd. Als het redelijkerwijs niet mogelijk is de gevaren bij het gebruik van arbeidsmiddelen te voorkomen, dan treft de werkgever zodanige maatregelen dat de gevaren zoveel mogelijk worden beperkt.

Arbobesluit: Artikel 7.4 Deugdelijkheid arbeidsmiddelen en ongewilde gebeurtenissen
  • Een arbeidsmiddel is van deugdelijk materiaal en deugdelijke constructie en wordt zodanig geplaatst en gebruikt dat het gevaar dat zich een ongewilde gebeurtenis (verschuiven, kantelen, oververhitten…) voordoet zoveel mogelijk is voorkomen.

Arbobesluit: Artikel 7.4A Keuringen
  • Dit artikel regelt een algemeen keuringsregime voor arbeidsmiddelen in gebruiksfase. Het besluit schrijft geen keuringsfrequentie voor, maar een veilige ondergrens is eenmaal per jaar.

Arbobesluit: Artikel 7.5 Montage, demontage, onderhoud, reparatie en reiniging van arbeidsmiddelen
  • Arbeidsmiddelen worden tijdens de gebruiksduur door toereikend onderhoud in zodanige staat gehouden dat risico’s voor veiligheid en gezondheid worden voorkomen. Het bij het arbeidsmiddel horende onderhoudsboek wordt goed bijgehouden. Montage en demontage vindt op een veilige manier plaats, met inachtneming van aanwijzingen van de fabrikant.

Arbobesluit: Artikel 7.6 Deskundigheid werknemers
  • Het gebruik van arbeidsmiddelen blijft voorbehouden aan werknemers die met het gebruik belast zijn. Werknemers die belast zijn met het ombouwen, onderhouden, repareren of reinigen van deze arbeidsmiddelen bezitten daartoe een specifieke deskundigheid en ervaring.

Arbobesluit: Artikel 7.7 Veiligheidsvoorzieningen in verband met bewegende delen van arbeidsmiddelen
  • Als bewegende delen van een arbeidsmiddel gevaar opleveren, zijn zij van zodanige schermen of beveiligingsinrichtingen voorzien, dat gevaar zoveel mogelijk wordt voorkomen. Deze beveiligingsinrichtingen kunnen niet op eenvoudige wijze worden genegeerd of buiten werking worden gesteld.

Arbobesluit: Artikel 7.11A Voorlichting
  • Werknemers krijgen aan de hand van de gebruiksaanwijzing duidelijke voorlichting over het gebruik van het arbeidsmiddel. Ook werknemers die niet zelf met het arbeidsmiddel werken, maar wel in de nabije omgeving, krijgen voorlichting over de mogelijke gevaren van het arbeidsmiddel.

Arbobesluit: Artikel 7.13 Bedieningssystemen
  • Bedieningspanelen moeten overzichtelijk zijn en zijn voorzien van de bij het arbeidsmiddel gebruikelijke aanduidingen, zodat de kans op het maken van fouten bij de bediening tot een minimum wordt beperkt. De bedieningspanelen zijn zodanig geplaatst, dat de werknemer niet in aanraking kan komen met bewegende onderdelen.

Arbobesluit: Artikel 7.14 In werking stellen van arbeidsmiddelen

  • Een arbeidsmiddel kan alleen in werking worden gesteld door een opzettelijk verrichte handeling met een daarvoor bestemd bedieningssysteem.

Arbobesluit: Artikel 7.15 Stopzetten van arbeidsmiddelen
  • Een arbeidsmiddel moet op ieder daarvoor in aanmerking komend gedeelte zijn voorzien van een bedieningssysteem, waarmee, al naar gelang het gevaar, het gehele dan wel een deel van het arbeidsmiddel stilgelegd kan worden. De energietoevoer wordt onderbroken.

Arbobesluit: Artikel 7.16 Noodstopvoorziening
  • Een arbeidsmiddel beschikt over een noodstopvoorziening, als dit noodzakelijk is, met het oog op de gevaren, en de normale tijd die nodig is om het arbeidsmiddel stop te zetten.

Arbobesluit: Artikel 7.17A Uitrusting mobiele arbeidsmiddelen
  • Om het gevaar bij vervoer van personen te beperken moeten mobiele arbeidsmiddelen zijn uitgerust met doelmatige zit- of staanplaatsen. Gevaren als gevolg van het kantelen of omvallen van het mobiele arbeidsmiddel worden zoveel mogelijk beperkt, bijvoorbeeld door een veiligheidscabine of veiligheidsbeugels. Als bij kantelen of omslaan personen bekneld kunnen raken tussen het arbeidsmiddel en de grond moeten beugels of gordels aanwezig zijn.

Arbobesluit: Artikel 7.17B Uitrusting mobiele arbeidsmiddelen met eigen aandrijving
  • Mobiele arbeidsmiddelen met een eigen aandrijving (verbrandings- of elektromotor) kunnen niet door onbevoegden in werking worden gesteld en zijn uitgerust met een rem- en (nood-) stopvoorziening en hulpmiddelen die toereikend zicht voor de bestuurder waarborgen (bijvoorbeeld camera’s met monitoren en spiegels). Als ze ’s nachts of op donkere plaatsen gebruikt worden, zijn ze voorzien van een verlichtingsinstallatie. Mobiele arbeidsmiddelen die op afstand worden bediend zijn uitgerust met voorzieningen tegen aan- of klemrijden.

Arbobesluit: Artikel 7.17C Gebruik mobiele arbeidsmiddelen
  • Mobiele arbeidsmiddelen worden bediend door personen die daarvoor specifieke deskundigheid beschikken. Mobiele arbeidsmiddelen met een verbrandingsmotor worden op de arbeidsplaats niet gebruikt, tenzij er is gezorgd voor voldoende schone lucht. Een mobiel arbeidsmiddel mag pas dan door de bestuurder worden verlaten als het is stilgezet en het niet onverhoeds in beweging kan komen.

Arbobesluit: Artikel 7.18 Hijs- en hefwerktuigen
  • Hijs- of hefwerktuigen zijn voorzien van een goed leesbare aanduiding met de voor dat werktuig toegelaten bedrijfslast.
  • Hijs- of hefwerktuigen worden bediend door personen die daartoe een specifieke deskundigheid bezitten.
  • Met een hijs- of hefwerktuig ingericht voor goederenvervoer, worden geen personen vervoerd.
  • Hijs- of hefwerktuigen worden zo opgesteld dat het gevaar wordt beperkt dat lasten de werknemers raken, dan wel ongewild uit hun baan of in vrije val raken.
  • Doeltreffende maatregelen worden getroffen om te zorgen dat werknemers zich niet bevinden onder hangende lasten. Hangende lasten worden niet verplaatst boven niet beschermde werkplekken.

Arbobesluit: Artikel 7.18A Hijs- en hefwerktuigen voor niet-geleide lasten

  • Dit artikel bevat aanvullende bepalingen voor het werken met hijs- en hefwerktuigen voor niet-geleide lasten.

Arbobesluit: Artikel 7.18B Hijs- en hefwerktuigen voor personen
  • Hijs- of hefwerktuigen voor personen zijn met zodanige voorzieningen uitgerust dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat het hijs- of hefplatform voor personen naar beneden valt, dat personen van dit platform vallen of dat een persoon die van het hijs- of hefwerktuig gebruik maakt, verpletterd wordt of beklemd raakt.

Arbobesluit: Artikel 7.20 Hijs- en hefgereedschap
  • Hijs- en hefgereedschap wordt gekozen op grond van de te hanteren lasten, de aanslagpunten, de haakvoorziening en de weersomstandigheden. Hijs- en hefgereedschap wordt niet zwaarder belast dan de werklast noch zwaarder dan een veilig gebruik toelaat. Hijs- en hefgereedschap wordt tenminste eenmaal per jaar door een deskundige onderzocht.

Arbobesluit: Artikel 7.23 Algemeen
  • Werkzaamheden op hoogte mogen alleen worden uitgevoerd vanaf een veilige en ergonomisch verantwoorde steiger, stelling, bordes of werkvloer. Als dat niet mogelijk is, moet u het meest geschikte arbeidsmiddel kiezen om het werk zo veilig mogelijk te kunnen uitvoeren. Uit de risico-inventarisatie en -evaluatie (R&E) zal moeten blijken wat het meest geschikte middel is in een bepaalde situatie. Het gebruik van de ladder als werkplek moet zoveel mogelijk beperkt worden tot situaties waarin het gebruik van een ander veiliger arbeidsmiddel niet gerechtvaardigd is in verband met het geringe risico en
    • vanwege de korte gebruiksduur, of
    • vanwege bestaande kenmerkenvan de locatie die de werkgever niet kan veranderen.

Arbobesluit: Artikel 7.23A Specifieke bepalingen betreffende het gebruik van ladders en trappen
  • Ladders en trappen worden zodanig geplaatst dat hun stabiliteit tijdens gebruik is gewaarborgd. Het wegglijden van de ladder wordt tegengegaan. Toegangsladders steken tenminste 1 m boven het toegangsniveau uit.

Arbobesluit: Artikel 7.23B Specifieke bepalingen betreffende steigers
  • Als de fabrikant / leverancier geen sterkte- of stabiliteitsberekening beschikbaar stelt, dan moet deze alsnog worden uitgevoerd, tenzij de steiger wordt opgebouwd volgens een algemeen erkende standaardconfiguratie.
    • Als bepaalde delen van de steiger niet gebruiksklaar zijn, dan worden deze gemarkeerd en afgebakend.
    • Steigers worden alleen opgebouwd, afgebroken of ingrijpend veranderd onder leiding van een bevoegd persoon en door werknemers die voor de beoogde werkzaamhedeneen specifieke opleiding hebben ontvangen.

Arbobesluit: Artikel 7.23C Specifieke bepalingen betreffende het gebruik van toegangs- en positioneringstechnieken met lijnen
  • Dit artikel geeft specifieke voorschriften voor het gebruik van toegangs- en positioneringstechnieken met lijnen. De betrokken werknemers moeten een adequate en specifieke opleiding hebben ontvangen.

Arbobesluit: Artikel 7.23D Specifieke bepalingen betreffende het gebruik van werkbakken
  • Vervoer van werknemers met behulp van een werkbak gekoppeld aan een hijs- of hefwerktuig is alleen toegestaan als het gaat om werkzaamheden die jaarlijks hooguit enkele keren plaatsvinden en
    • die per keer niet langer duren dan vier uren, op plaatsen die moeilijk bereikbaar zijn en
    • indien toepassing van andere, meer geëigende middelen om die plaatsen te bereiken, redelijkerwijs niet kan worden gevergd.
  • Een risico-inventarisatie en -evaluatie moet dit uitwijzen.
  • Als de werkbak is bevestigd aan een hijskraan bedraagt de belasting door de volbelaste werkbak en het bijbehorend hijsgereedschap niet méér dan één kwart van de toelaatbare werklast van de hijskraan. Bij gebruik van een werkbak die is bevestigd aan een vast-opgestelde hijskraan of aan een op een permanente kraanbaan opgestelde hijskraan bedraagt de belasting niet meer dan driekwart van de nominale belasting waarvoor deze kranen zijn ontworpen.
  • De bedieningsplaats van het hijs- of hefwerktuig moet permanent bemand zijn. De werknemers die worden gehesen of geheven beschikken over een doeltreffend communicatiemddel, en er zijn doeltreffende voorzieningen getroffen om de werknemers bij gevaar te kunnen evacueren.

Arbobesluit: Artikel 7.32 Bedienen van torenkranen, mobiele kranen en funderingsmachines
  • Een torenkraan, mobiele kraan of funderingsmachine met een maximumbedrijfslastmoment van 10 ton meter of meer mag alleen bediend worden door een persoon die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid en in een zodanige lichamelijke en geestelijke toestand verkeert dat hij in staat is de aan de bediening van het betreffende arbeidsmiddel gebonden gevaren te onderkennen en te voorkomen. Onder mobiele kranen worden verstaan: mobiele kraan op rupsen, autotruck / ruwterreinkraan / wegterreinkraan, grondverzetmachine met hijsfunctie, autolaadkraan en verreiker met hijsfunctie.
  • Het certificaat van vakbekwaamheid of een kopie daarvan is op de arbeidsplaats aanwezig.

Arbobesluit: Artikel 7.34 Steigers
  • De veiligheid van de constructie van een steiger wordt regelmatig door een ter zake deskundig persoon gecontroleerd, in ieder geval vóór de ingebruikneming en verder na iedere wijziging in de constructie, na iedere periode waarin de steiger niet is gebruikt, na abnormale weersomstandigheden alsmede na iedere andere gebeurtenis waardoor de veiligheid van de constructie van de steiger mogelijk is aangetast.
  • Lasten worden zo gelijkmatig mogelijk over de steiger verdeeld.
  • Verrijdbare steigers zijn beveiligd tegen ongewilde verplaatsingen.

Arbobesluit: Artikel 7.35 Grondverzet- en materiaalverladingsmachines
  • Bestuurders van grondverzet- en materiaalverladingsmachines bezitten daartoe specifieke deskundigheid. Om te voorkomen dat de machines ongewild in uitgravingen of in het water terechtkomen, worden doeltreffende maatregelen genomen.

Arboregeling: Artikel 7.6 Categorieën torenkranen, mobiele kranen en mobiele hei-installaties<
  • Voor het besturen van een torenkraan, mobiele kraan en mobiele hei-installatie met een maximumbedrijfslastmoment van 10 ton meter of meer moet de machinist een certificaat van vakbekwaamheid bezitten, zoals bedoeld in Arbobesluit artikel 7.32. Onder mobiele kranen worden verstaan: mobiele kraan op rupsen, autotruck / ruwterreinkraan / wegterreinkraan, grondverzetmachine met hijsfunctie, autolaadkraan en verreiker met hijsfunctie.

Arboregeling: Artikel 7.7 Afgifte certificaat van vakbekwaamheid
  • Het certificaat van vakbekwaamheid als bedoeld in Arbobesluit artikel 7.32 voldoet aan de eisen die zijn opgenomen in de certificatieschema’s van de stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport (TCVT).


Cao voor de Bouwnijverheid
  • Artikel 56 Vergoeding werkkleding en gereedschap bouwplaatswerknemers.
  • Artikel 70b Bijzondere veiligheids- en arbobepalingen bouwplaatswerknemers lid 4, 13 en 14.
  • Artikel 70c Bijzondere veiligheids- en arbobepalingen uta-werknemers lid 5.


Meer informatie
 
   
   
 

Download gehele risico als PDF

 
 
 

< terug naar vorige pagina